Presentatie van
de bieren
Presentatie van
de brouwerij
Lekker koken
met bier
Contact en
situatieschets
 
  Uitstraling
 
  Groei
 
  Brouwproces
 
  Geschiedenis
 
   
 
 

 
Brouwproces

 
Om bier te brouwen, zijn er vier basisingrediënten nodig:

  • Water: een zuiver en natuurlijk water met een hardheid van maximum 20 Franse graden is nodig. De brouwerij beschikt over eigen waterputten. 
  • Mout: dit is gekiemde gerst, en wordt verkregen door de gerst 45 % vocht te laten opnemen. Vervolgens kiemt de gerst gedurende een vijftal dagen door hem uit te spreiden op een vloer, waarbij de gerst luchtig en vochtig wordt gehouden. Het kiemen moet tijdig gestopt worden en daarna wordt overgegaan tot het drogen, waardoor het vochtgehalte van 45 % daalt naar 5 %. Afhankelijk van de wijze van drogen bekomt men een donkere of bleke mout, wat een invloed zal hebben op de kleur van het bier. 
  • Hop: hop is een klimplant waarvan voor het brouwen van bier enkel de vrouwelijke onbevruchte bloemen gebruikt worden. Hop geeft het bier vooral zijn typisch bittere smaak en een hoparoma. 
  • Gist: gist is een levende grondstof en daarom ook de meest delicate grondstof van het bier. De gist wordt in het laboratorium van de brouwerij aangemaakt.
Het brouwproces bestaat uit vijf grote stappen:
 
1. Alles begint in de brouwzaal. Brouwerij Van Steenberge beschikt over een volledig computergestuurde brouwzaal die een capacitieit heeft van 100 hectoliter per brouwsel. De brouwzaal bestaat uit vijf grote ketels. In de beslagketel, ook wel maischketel genoemd, worden water en mout met elkaar vermengd en opgewarmd tot de versuikeringstemperatuur (van 62° tot 72°C). Nadat deze temperatuur bereikt is wordt het bier overgepompt naar de filterkuip. Dit is een ketel met een platte geper-foreerde bodem die de kafdeeltjes van het mout tegenhoudt en de vloeistof die men wort noemt, naar de kookketel laat stromen. Daar wordt het wort gedurende een 80-tal minuten gekookt. Tijdens het koken wordt tevens de hop toegevoegd. Nadien gaat het wort naar de whirlpool om de hop te verwijderen. Het wort heeft dan nog een temperatuur van 90°C en wordt onmiddellijk afgekoeld tot 8°C voor lagegistingsbieren en tot 18°C voor hogegistingsbieren. Niet alleen het temperatuurverschil onderscheidt hoge- en lagegistingsbieren; ook de gebruikte gist verschilt. Na het koelen wordt de gist aan het wort toegevoegd en vanaf dat moment spreekt men van bier.
 

 
2. In de gistkelder staan 10 cylindroconische tanks met een gezamenlijke inhoud van 2900 l. De taak van de gist is de volgende: in het gekoelde wort bevindt zich suiker. De hoeveelheid hangt af van de gebuikte hoeveelheid water en mout. De gist gaat als levende cel de suiker 'opeten' en omzetten in koolzuur en alcohol. De eerste dag gebeurt dit langzaam, de derde en de vierde dag tamelijk snel om dan de tiende dag volledig stil te vallen. Men zegt dat het bier 'uitgegist' is. Alle suikers zijn dan omgezet in alcohol en koolzuur. Bij hogegistingsbieren (bv. Augustijn) gebeurt de gisting bij een temperatuur van 18 tot 20 ° C, bij lagegistingsbieren (bv. Sparta Pils, Celis White) bij een temperatuur van ongeveer 8 ° C. Na de gistkelder, volgt de lagerkelder. Daar komt het bier tot rust. Het rijpt er gedurende één tot anderhalve maand en ondergaat een tweede zeer trage gisting, wat in feite een rijping is van het bier.
 
3. Nu is het bier feitelijk klaar, maar de kritische consument wil een helder bier. Het bier moet dus gefilterd worden. Eerst gaat het door een Kieselghurfilter. Vervolgens wordt het bier gefilterd door een platenfilter. Het lagegistingsbier is nu klaar om gebotteld en afgevuld te worden. Bier van hoge gisting wordt op dezelfde manier gefilterd. Maar wanneer er hogegistingsbier met nagisting wordt gebrouwen (wat bij Van Steenberge steeds het geval is), wordt voor het bottelen nog een kleine hoeveelheid gist en suiker toegevoegd. Hierdoor krijgt het bier een fijnere smaak en wordt het vrijwel onbeperkt houdbaar, zonder pasteurisatie.
 
4. De voorlaatste stap is het bottelen van het bier. In 2000 werd een volledig nieuwe bottelarij geplaatst, met een capaciteit van 20.000 flesjes per uur. Daarnaast is er ook een vatenvulmachine, die zo'n 90 vaten per uur kan afvullen.
 
5. Tenslotte moet het hogegistingsbier, waaraan voor het bottelen gist en suiker werd toegevoegd, nagisten in een van de 7 warme kamers. Na ongeveer 14 dagen is het bier uitgegist en blijft de gist op de bodem van de fles of het vat liggen.
 
6. Nu is het bier klaar voor consumptie. Het duurt dus ongeveer anderhalve maand vooraleer het bier klaar is voor de eindklant.